Kansrijke ketens voor bodemverbeterende gewassen

Client:Ministrie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

CategoryRural Areas

Hoe kan een boer een goede boterham verdienen met landbouw die positief is voor de bodem, het klimaat en de natuur? In dit projecten onderzochten wij in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hoe de rustgewassen vezelhennep, veldboon, sorghum en haver op verschillende bodems dit kunnen realiseren. Deze gewassen kunnen vaak nog niet concurreren met hoog salderende (rooi)gewassen en gangbare rustgewassen zoals wintertarwe, maar door enkele knelpunten weg te nemen kunnen vezelhennep en veldboon wel een aanvullend gewas worden dat de boer in zijn rotatie kan opnemen.

Hoe kunnen boeren meer rustgewassen telen?

De grootste barrière is het achterblijvende en daarmee ontoereikende teeltsaldo van de meeste rustgewassen. Het saldo van de rustgewassen is vrijwel altijd lager dan dat van andere cultuurgewassen, zoals aardappel en suikerbiet, waardoor het voor agrariërs niet aantrekkelijk is om meerdere rustgewassen aan het bouwplan toe te voegen. Daarnaast is er binnen de categorie rustgewassen ook groot verschil tussen het verdienvermogen van verschillende gewassen. Het is daarom nodig om het verdienvermogen van bodemverbeterende gewassen te verhogen. Een van de manieren om dat te bewerkstelligen is ketenontwikkeling: het opzetten, professionaliseren en stroomlijnen van ketens waarin het gewas kan worden afgezet. Hierbij gaat het zowel om het ontwikkelen van ketens voor afname van het geoogste product, als het opzetten van ketens voor het betalen voor de maatschappelijke waarde die bij de teelt wordt gerealiseerd. Ketenontwikkeling draagt op verschillende manieren bij aan het verdienvermogen: zo kan door vraagontwikkeling de prijs van het product toenemen, kunnen kosten dalen door schaalvergroting en kunnen nieuwe verdienstromen worden gecreëerd. Voor een aantal rustgewassen is er nog ongerealiseerd potentieel. Voor tarwe is inmiddels al een professionele en grootschalige keten actief, terwijl die voor sorghum en vezelhennep nog onvoldoende is opgetuigd.

Download hier het rapport

Het verbeteren van het verdienvermogen van bodemverbeterende gewassen

Tijdens het onderzoek naar verschillende bodemverbeterende gewassen zijn er verschillende knelpunten en kansen ten aanzien van het verdienmodel naar voren gekomen die voor alle onderzochte gewassen opgaan. Naast de aanbevelingen voor de specifieke gewassen schetsen wij in het rapport ook een viertal algemene aanbevelingen om deze knelpunten weg te nemen en zo het verdienmodel van bodemverbeterende gewassen te optimaliseren.
  • De overheid kan een rol spelen door de “onrendabele top” te subsidiëren. Ondernemers zullen niet investeren in de verwerking van nieuwe gewassen zonder rendabiliteit, en de overgangsperiode is financieel uitdagend. Het wegnemen van dit risico door het subsidiëren van de onrendabele top bevordert marktcreatie, innovatie en rentabiliteit en wordt nog niet toegepast in de huidige subsidies voor de landbouw- en voedselsector.
  • Het compenseren van de bovenwettelijke bijdragen van agrariërs aan biodiversiteit, water, en bodem. De introductie van betalingen voor ecosysteemdiensten, met nadruk op doelsturing, helpt om de maatschappelijke en ecologische waarde te vergroten, maar er is behoefte aan een overkoepelende visie en instrumenten van overheden om deze diensten effectief te belonen.
  • Het stimuleren van verschillende ketens. Dit biedt agrariërs meer keuzevrijheid, voorkomt overmatige afhankelijkheid van één systeem, maakt de teelt weerbaarder voor economische schommelingen en creëert synergie tussen ogenschijnlijk concurrerende ketens, waardoor gezamenlijke voordelen ontstaan, zoals meer financiële middelen voor veredeling.
  • Het coördineren van initiatieven door het faciliteren van partnerschappen tussen verschillende actoren die willen experimenten. Hieronder valt ook het laagdrempelig faciliteren en stimuleren van lokale ‘grassroots’ -initiatieven.

Vezelhennep

Vezelhennep is een extensief gewas dat nu al redelijk goed rendeert – het heeft grofweg hetzelfde saldo als wintertarwe. Met het verbeteren van het saldo van het gewas liggen grote kansen om deze teelt in Nederland op te schalen. Het gewas past goed op droge, uitspoelingsgevoelige zandgronden, zoals in gebieden in Oost-Brabant rondom de Peel, omdat het weinig water nodig heeft en met weinig bemesting toe kan. De vezels kunnen verwerkt worden tot biobased isolatiemateriaal, waarin CO2 die tijdens de groei van de plant wordt vastgelegd langdurig opgeslagen blijft. Om de teelt van vezelhennep op te schalen, moet met name de afzetmarkt voor het product worden vergroot en moeten middelen worden gemobiliseerd. De belangrijkste aanbevelingen hiervoor zijn:

  • Het stimuleren van de markt door als overheid als eerste afnemer op te treden. Zowel naar het eindproduct, door bijvoorbeeld in aanbestedingen eisen voor biobased producten op te nemen, als naar de maatschappelijke waarde die wordt gerealiseerd door de teelt, door bijvoorbeeld koolstofvastlegging te vergoeden
  • Het creëren van een gelijk speelveld voor vezelhennepisolatie ten opzichte van gangbaar isolatiemateriaal door de positieve maatschappelijke effecten van het product te belonen en de negatieve effecten van productie van gangbare isolatiematerialen in te prijzen.
  • Het onderzoeken hoe de teelt in verschillende gewasrotaties en in verschillende gebieden gedijt, bijvoorbeeld hoe de teelt als extensieve teelt in buffergebieden kan worden ingezet.

Veldboon

Veldboon is een veelbelovend eiwitgewas met veel kansrijke toepassingen, maar waarvan het saldo nog redelijk laag is en behoorlijk kan schommelen. Omdat het gewas zelf stikstof bindt hoeft het amper bemest te worden en levert het stikstof na aan het volggewas, wat het een geschikte teelt maakt voor op de nutriëntarme zandgronden, zoals in de Veenkoloniën. De veldboon kan tot veel producten worden verwerkt, zoals eiwitrijk veldboonmeel, als eiwittexturaat in vleesvervangers, of zelfs tot eiwitisolaat of -concentraat. Het gewas kan zo in veel ketens worden afgezet, maar deze ketens zijn nog niet allemaal even ver ontwikkeld. Om deze ketens te ontwikkelen moet met name ingezet worden op het vergroten van de afzetmarkt, het stimuleren van experimenteren door ondernemers, en het tegengaan van weerstand. Daarnaast dient nog veel onderzoek plaats te vinden. De belangrijkste aanbevelingen hiervoor zijn:

  • Het stimuleren van de verschillende afzetmarkten voor veldboon, bijvoorbeeld door lokale partnerschappen te faciliteren, samenwerkingen tussen akkerbouwers en veehouders te stimuleren en het ondersteunen van beeldmerken en duurzaamheidslabels.
  • Het onderzoeken hoe het gewas in te passen in verschillende gewasrotaties en hoe de opbrengst van het gewas verhoogd kan worden door rassenproeven uit te voeren. Vervolgens ook het verspreiden van deze kennis onder agrariërs en teeltbegeleiders.

Uitgelichte afbeelding: ©Ruud Morijn, iStock

Go back to other Case Studies